Terug in De Klos

Zaterdag 8 februari jl. speelde ons Niemandsland voor de tweede keer in De Klos, Emmeloord. Dit keer hadden we alle vier in meer of mindere mate last van onze gezondheid, dat krijg je als je geen twintigers meer bent. Maar met een griepje kun je ook prima optreden. We speelden zo’n veertig minuten en met wat trouw support vanuit Urk en Zwolle overleef je zoiets wel.

We speelden in het voorprogramma van Treehook. En die verplaatsten naar het einde van hun set het drumstel naar de dansvloer. Een feestje in Emmeloord.

We speelden voor het eerst onze nieuwe single ‘Voor altijd, voor eeuwig’ live.

Deze gig was misschien ook een afscheid van De Klos. Want dit culturele centrum zal waarschijnlijk rond 2026-2027 moeten wijken voor woningbouw.

Heemschut bellen? Een petitie starten?

Ik weet het niet.

Ik weet wel dat ik, en menig ander, er veel dierbare herinneringen heb liggen.

Ode aan Joy Division

Voor mijn verjaardag kreeg ik het boekje ‘Ode aan Joy Division’ van Marc Schoorl. De vriendin in kwestie dacht dat ik Joy Division leuk vond.

Daar had ze meer dan gelijk in, al is leuk niet het goede woord.

De eerste nummers van Joy Division op mijn mp3-speler waren ‘Transmission’ (op Limewire: ‘Dance to the Radio’) en ‘Love Will Tear us Apart’. Ik was toen 16 of 17, op de radio was een nieuwe golf britpop te horen. Hey there Delilah. Clocks.

Ik was op bezoek in een kleine, donkere woning, waar twee vrienden mij in een stoel zetten en mij in aanraking brachten met de Factory Records-catalogus. En met dat hele verhaal in het achterhoofd – die twee nummers waren onderdeel van iets groters – ging ik meer en meer uit Manchester jaren ’70 en ’80 luisteren. Het heeft me niet meer losgelaten.

Er zat iets diepers in die muziek, een gelaagdheid die destijds niet op de radio te horen was. A fury that burns from inside. En ik kon mij daar als puber, met al die geselende mentale worstelingen natuurlijk perfect toe verhouden.

Het duurde even voor ik het verband tussen Joy Division en New Order legde. Maar toen ik dat begreep was het hek van de dam. En ik denk dat ik meer dagen wel dan niet ‘Ceremony’ heb gedraaid.

Het boek ‘Ode aan Joy Division’ is het eerste Nederlandstalige boek over Joy Division, geschreven door Marc Schoorl. Het korte boekje vertelt het verhaal van Joy Division, voornamelijk van Ian Curtis, aan de hand van beschikbare literatuur. De band uit Manchester, die maar een paar jaar heeft bestaan, wordt vanuit verschillende invalshoeken belicht.

Schoorl doet dat goed. Hij laat bandleden aan het woord (geparafraseerd vanuit hun boeken) en heeft een nuchtere kijk op de vele facetten van de persoon Curtis. Meer dan een epileptische, zwaarmoedige frontman was het een getroebleerde en ongelukkige fantast.

De teksten van de songs op de paar verschenen albums en singles zijn zo persoonlijk dat het lezen ervan bijna voyeuristisch is. Naast de brutale artistieke metaforen over eindigheid, leegte en de verschrikkingen van de mensheid komt de onmacht en de eindeloze onrust van een individu in de teksten sterk naar voren.

Veel mensen kunnen zich op een of andere manier verhouden tot Joy Division. Vanwege de teksten, de kunstige tijdloze muziek, vanwege het imago of vanwege het mysterie.

Epping Walk Bridge, Manchester (eigen foto). De lantaarnpalen zijn op een gegeven moment verplaatst naar de andere kant van de brug.

Ik ben er ook geweest. In de muziek. Maar ook in Manchester en Macclesfield. Ik zag de brug, de locatie van de iconische foto van Kevin Cummins, het laatste huis van Curtis en zijn grafsteen.

Gedenksteen Ian Curtis, Macclesfield (eigen foto).

Het lijkt wel pathetisch, zo veel naar één band te luisteren. Maar ik ben niet de enige, zo blijkt trouwens ook uit dit boekje.

Er werd iets groots verricht in die smerige Noord-Engelse stad. Velen zullen die paar platen saai vinden, of lelijk, of te koketterend, maar er zit een betovering waar zelfs dit zoveelste boekje geen vinger op weet te leggen.

‘Ode aan Joy Division’ is vlot geschreven. Het neemt af en toe iets te veel zijwegen en het is jammer dat het een grondige eindredactie mist (wat zet- en taalfouten). Maar het is onmisbaar op de boekenplank van elke Factory Records-fan.

En ik draai nog maar een keer Ceremony. Een van de laatste nummers van Joy Division, de eerste single van New Order.

Een iPod Mini gebruiken in 2024

Met de opkomst van streamingdienst en smartphone is de mp3-speler uit het straatbeeld verdwenen. Ze rollen ook bijna niet meer uit de fabrieken. Apple stopte in 2022 bijvoorbeeld met de productie van iPods, waarmee een tijdperk eindigde.

Dit is misschien het meest boomerige artikel dat ik geschreven heb. Maar ik miste een audiospeler – iets los van mijn telefoon. Omdat ik nog muziek koop, van Bandcamp, uit de Apple Musicstore of fysiek: vinyl of cd. En omdat er ook momenten zijn dat ik mijn telefoon niet gebruik of wil gebruiken.

Toen ik naar de middelbare school ging, werd mp3 populair. Gedownloade liedjes en podcast-afleveringen waren steeds gemakkelijker te verspreiden en op een draagbare audiospeler te zetten. 32MB, 64MB en later 128MB. Ik kocht er een van de zakjes geld die ik kreeg voor het onkruidwieden in de polder.

iPods waren onbetaalbaar. Tot de Shuffle en de Nano uitkwamen. Die vond ik laatst terug, helaas niet langer werkend.

Terug naar de zoektocht: een betrouwbare mp3-speler, die samenwerkt met mijn iTunes (dat tegenwoordig ‘Muziek’ heet…). Op Marktplaats kwam ik iemand tegen die iPod Mini’s upgrade. Het blijkt dus dat die interne schijf perfect vervangen kan worden door een Compact Flash-kaart, waarmee je het geheugen gemakkelijk kan vergroten (en de laadtijd!). Absurd eigenlijk, dat flashgeheugen twintig jaar geleden nog in zijn kinderschoenen stond en we voor zulke toepassingen nog harde schijven gebruikten.

Ook vervangt deze vriendelijke man de batterij van de iPod. En dat resulteert in… tja, niets meer en niets minder dan een perfect werkende iPod Mini uit 2004. Maar dan met veel meer geheugen.

Waar ik zo van sta te kijken: na twintig jaar nog steeds compatible.

Ok, ik gebruik ‘m inmiddels alweer paar maanden. Vooral thuis, aan mijn stereo, en op straat. Ik ben er blij mee, want als ik een ander nummer op wil zetten, hoef ik niet direct die appjes te beantwoorden. En dit was ik vergeten: hij is dus redelijk compact, voelt lekker zwaar in de hand, en een degelijke alu + hard plastic afwerking. Waarom zijn we gestopt met zulke dingen maken? Een apparaat met een 3,5mm jackplug waar je eigen muziek mee kan luisteren! Luister je mee, Apple?

Wende en de poëzie

Woensdag 17 april zag ik Wende in Zwolle. Ik had haar al eens eerder gezien op Down the Rabbit Hole, maar in een zaaltje is de beleving toch weer even anders dan op een brakke zondagmorgen in de openlucht (ook al stond ik helemaal achter in de zaal).

De vertolkingen van chansons door Wende luister ik al jarenlang. Ze heeft een energie in haar performance waar weinig andere Nederlandse artiesten aan kunnen tippen.

Dan zijn er nog die prachtige teksten. Op de setlist van afgelopen woensdag stonden drie meer recente nummers die mij raken. Lappen tekst, door anderen geschreven en door Wende op muziek gezet.

Joost Zwagerman vroeg Wende Snijders om van zijn gedicht ‘Voor alles’ een lied te maken. Het lied kwam uit na het overlijden van Zwagerman.

Het lied ‘Troostzoekers’ is een bewerking van het gelijknamige indrukwekkende gedicht van Lucas Rijneveld.

Dimitri Verhulst schreef ‘Deze gin’ (en schreef trouwens nog meer liedteksten voor Wende).

Joost Zwagerman – Voor alles (2004)

Voor te veel mensen in een lift of streekbus
of gewoon een kamer. Voor de krans van
melkwegen, sluiers, nevels en hun zwarte gaten.
Voor je eigen brein, een stuk of wat insecten,
vrouwen, hun stemmingen en stemmen, voor
kokend water, vliezen, scharen, ademhaling.
Voor de meeste onbenulligheden, groot en groter.
Voor de ontijd van mijn ouders, toen vanaf kansels
en in kazuifels men met hel en nauwe poorten dreigde.
Voor sommige geluiden en het levende bij die geluiden.
Voor mails en sms’en, voor enveloppen op mijn tafel.
Voor dromen en demonen, voor uitsluiting en
vrijwel alle onbekenden. Voor woorden in zinnen.
Voor volwassenen die te hard lachen. Die lachen.
Voor de elementen. Voor volk en vaderland.
Voor grote drommen, de deurbel en voor straf.
Voor gepatenteerde gekken en sommige familieleden.
Natuurlijk ook voor ziektes waarover je op school iets leerde.
Voor school, en alles wat erna moest komen.
Voor de ontdekking dat die ziektes ook in dingen huizen
en dat dingen vaak mensen in vermomming zijn.
Voor de aanblik die ik bied en niet wil bieden.
Voor de benauwenis van aangeboren schaamte.
Voor de waarheid, of liever: de dynamiek van harde feiten.
Voor toekomst en verleden en het stuiterende
hier en nu. Voor saters, hufters, brede schouders
en voor types die met messen spelen.
Voor dieren, hoewel niet de meeste. Voor 
personen die snoevend zeggen vrij te zijn
van alle vrees. Voor gedachten, andermans of eigen.
Voor tekens. Sporen. Hoogte. Diepte.
Voor alles wat aan taal ontsnapt
en voor vermoedens van om het even.
Voor God, toch nog. Voor mijn hartslag,
en nog net niet voor figuren
die spontaan aan goede doelen geven.
Voor, een fractie later, die figuren.
Voor alles altijd bang geweest,
niet vrijblijvend maar met recht en reden.
Voor zowel de grote greep
als laatste resten, rafelranden.
Voor de kleinste deeltjes, neutronen, elektronen,
ook de quark, alles groter dan het wijkend Zelf.
Voor sferen, suizingen en de zekerheid
ook thuis in één oogwenk alles kwijt te zijn.
Voor gebouwen zonder ramen, voor
doodgaan en voor alle doden, in films of van nabij.
Voor doodzijn misschien iets minder.
Voor deze constatering. Voor constateren.
Voor kinderen die vragen stellen. Maar
meer nog voor die vragen.
Voor schijnbewegingen, herhalingen
en de grandeur van allerhande eeuwigheden.
Voor alles altijd overtuigd, hoog in de adem
en zuiver in de leer tot in het merg bang geweest,
op het stupide en futiele af,
met oogkleppen en hondentrouw.
Voor alles altijd bang geweest,
ook in tijden waar je alles
op de vingers van één hand.
Voor alles altijd bang geweest,
maar niet voor jou,
nee, niet voor jou.

Lucas Rijneveld – Troostzoekers (2022)

Zoals geluk gevaarlijk is voor wie er spaarzaam mee omgaat,
voor wie niet-leven een koud kunstje werd, voor wie hier binnenkomt
en twijfelt aan alles wat mooi is, twijfelt aan zijn plek in de wereld,
voor wie eindeloos teert op het verlangen naar beterschap,

voor wie niet breekbaar wil zijn net zo min als populierensterk
en wie mij raakt geef ik de wind, voor wie met een bevel tot
omhakken in de hand rillerig plaatsneemt of juist wil opbloeien
en zie me, voor wie alleen wil zijn maar het niet langer meer kan.

Zoals geluk gevaarlijk is voor hen die het niet kunnen delen,
voor wie wel glimlacht maar de snik onzichtbaar en hoog in
de keel heeft, voor wie alles verloor waar hij van hield, voor hen die
de koek uit de mond sparen en altijd andermans honger stillen,

voor wie weerloos omgaat met de dingen, voor wie iedere
avond zichzelf het donker van zijn kop injaagt, voor wie de hoop
heeft opgegeven als een zieke kameraad, voor wie van alles denkt
maar te weinig uitspreekt, voor wie moe is maar niet meer

in slaap komt en eeuwig ligt te woelen, voor hen die willen leunen,
voor wie onder de mensen wil zijn als onder een warme deken,
voor wie niet weet wie hij is en altijd onzeker, we zijn de leegte,
zeggen we, we zijn de leegte en weten niet hoe ons te vullen.

Zoals geluk gevaarlijk is voor de roekeloze, voor wie verstrikt zit
in eigen-ik, voor wie de weerloosheid weg-eet, koopt, slikt, voor wie
zichzelf bezeert omdat een ander het niet meer doet, voor wie
stemmen hoort maar zelden een lief woord, voor wie bang is om

verlaten te worden en in een leeg huis thuis te komen, voor wie zélf
uit voorzorg iedereen verlaat, voor wie weet dat het hart op vele
manieren kan breken en vergeet dat het ook op vele manieren
weer kan helen, voor wie en voor iedereen is hier de plek.

Dimitri Verhulst – Deze gin (2018)

Deze gin verscheen als kakkerlakje. Ik kan het gedicht zo snel niet online terugvinden.

Niemandsland in De Klos, 18 november 2023

Tussen alle beslommeringen van werk, de was doen, boodschappen, liefde en formulieren, formulieren, formulieren… door, is er natuurlijk ook tijd voor muziek. Na het einde van ons vorige bandje (wereldberoemd in heel Flevoland) hebben we sinds 2018 al enige tijd aangerommeld onder de naam Niemandsland. Nu werd het toch eens tijd – inmiddels is het tweemanscollectief een viermansformatie geworden – naar buiten te treden. Dat werd het podium van De Klos in Emmeloord (dat al sinds 1969! bestaat), ons vertrouwd en het geluid is er goed.

Vriend T. heeft van de ij’s ij’s gemaakt, dat taalgevoel waardeer ik erg aan hem. Er volgt nog een blogpost over waarom de ij wel degelijk één letter is, en niet twee, zoals sommige kwade, onwetende tongen beweren.

Nu zijn wij dus nog niet zo goed. We hebben welgeteld twee nummers uitgebracht en in deze hoedanigheid nog geen podiumervaring. Je moet ergens beginnen en dat deden we 18 november jongstleden. Vriend J. had er al een stukje over geschreven. Hij heeft alles gefilmd op een rode oude camera (ik denk omdat hij dat leuk vond, iets met vreemde kostgangers, anyway bedankt J.) maar ik maakte dankbaar gebruik van zijn beelden in combinatie met de bootleg op mijn fieldrecorder.

We speelden een paar covers: Nog een kopje koffie (One more cup of coffee van Dylan), Beste Bill van Gorki en Huis op palen (Gimme Shelter van de Stones). Die laatste blijkt nog erg actueel. Jagger mag deze versie wel eens spelen, hij spreekt immers een aardig woordje Nederlands.

Middenstand was een try-out, het is een van onze nieuwe nummers. Met een knipoog naar Mia van Gorki natuurlijk. Tenminste, dat denk ik, want deze tekst is van A. Grappig dat de verkiezingen, drie dagen later, uitwezen dat we juist niet verloren hebben van de middenstand.

Over arbeidersklasse gesproken: het laatste nummer – tekst ook van A. – dat ik hier deel is inmiddels aangekocht als campagnelied voor de BBB in aanloop naar de volgende Tweede Kamerverkiezingen, over een half jaar. Het is in dialect en je kan meelezen, als je de ondertitels op YouTube (vreemd dat YouTube geen Nedersaksisch kent, in tegenstelling tot Wiki) aanzet. En de vertaling staat in het bijschrift.

Ik ben blij met deze “eerste” gig, het maakt dat we weer gestaag aan het opnemen en componeren zijn. Veel kan beter, veel kan slechter, het duurt nog wel even voordat we in de Ancienne Belgique staan.