De middelvinger van AI-gegenereerde afbeeldingen

Op socials zie je steeds meer AI-gegenereerde afbeeldingen en teksten voorbijkomen. Ik begrijp best dat, wanneer je een zinloos product verkoopt, je er zinloze content bij wil plaatsen. Wat me echter opvalt is dat ook NGO’s, liefdadigheidsinstellingen, culturele organisaties steeds meer AI gebruiken in hun communicatie.

Ik snap dat niet. AI is niet alleen een opgestoken middelvinger naar iedereen die auteursrecht serieus neemt, dus in ieder geval de mensen die in potentie iets kunnen verdienen met hetgeen ze hebben gemaakt, maar ook naar het milieu.

Een echte foto, gratis te downloaden en te verspreiden, zelfs te bewerken.

Ethisch gezien stinkt het natuurlijk. Maar omdat het in korte tijd gemeengoed is geworden, bovendien ‘gratis’, staan we niet stil bij consequenties. Laat staan bij de racistische biases van de engines.

Het is ook wel aanlokkelijk voor kleine organisaties, afhankelijk van giften of subsidies, om AI-tools in te schakelen. Afbeeldingen zijn duur. En als je niet oppast met je beeldbank heb je zo een schadeclaim van bijvoorbeeld ANP of Reuters aan je broek hangen. Maar AI-content is geen alternatief: het geeft je organisatie net zoveel vertrouwen als een LinkedIn-bericht vol spelfouten. Het valt immers direct op.

Er zijn tal van websites die afbeeldingen onder de Creative Commons Zero (CC0)-licentie aanbieden (zoals bijv. Pexels), waardoor je niet eens een bronvermelding hoeft te plaatsen (die fotografen die hun foto’s belangeloos ten dienste van de beschaving stellen, dat zijn nog eens fiere mensen!). Daarnaast worden ook steeds meer historische foto’s vrij aangeboden (meestal onder de CC4-licentie: vrij delen en bewerken, met bronvermelding). Weinig reden dus om AI te gebruiken – en anders betaal je maar eens een fotograaf (of je koopt een camera).

NB Neemt allemaal niet weg dat het auteursrecht in Nederland en de EU hopeloos ouderwets is geregeld.

Een kleine camera

Je bent snel en je snelt naar moeheid, / ongedurig als een dag vliegen van land naar land, / je wisselt goede levensuren in voor / gezegende regens in een onbekende ruilhandel. (Uit: ‘En niet om te gedenken’, Yehuda Amichai, Gedichten I [van Maaskant Haun, 2021] Vertaling: Tamir Herzberg en Tsafrira Levy)

Je vergeet soms dat je hobby’s hebt: het leven gaat snel voorbij en er is zo weinig tijd. Bij mijn laatste verhuizing borg ik mijn verzameling camera’s weer op in een verhuisdoos. Om binnenkort toch maar weer eens te gebruiken?

Een doos vol spiegelreflexcamera’s en wat lomospul. Ik hield de camera’s vast, aaide ze liefkozend en pakte ze een paar weken later weer uit. Ik bedacht dat ik deze keer de drempel laag zou moeten houden. Een kleine, simpele camera, die in mijn broekzak past. En het zelf ontwikkelen – dat maar oppakken wanneer ik er echt tijd voor zou hebben.

De Minox 35 werd jarenlang verkocht als ’s werelds kleinste 35mm-camera. Tegelijkertijd levert dit kleine zwarte doosje professionele resultaten. Vroeger kregen ze dit nog voor elkaar. Ik kocht twee jaar geleden een gereviseerd exemplaar.

De Minox beschikt over een 35mm f/2.8 Minotar lens en biedt diafragmavoorkeuze met een bereik van f/2.8 tot f/16. De sluitertijden variëren van 1/500 seconde tot 1/30 seconde. De plastic behuizing zorgt voor een lichtgewicht ontwerp, waardoor hij ideaal is voor straatfotografie en reizen. Bovendien biedt de inklapbare lenskap extra bescherming wanneer de camera niet in gebruik is. Dit monstertje heeft maar één klein batterijtje nodig, voor de lichtmeter en de sluiter. Gelukkig verkoopt de webshop Conrad deze nog.

Ik heb al een hele tijd geen camera aangeraakt. Ik schrok van de huidige prijzen van filmrolletjes. Gelukkig is de Fomapan z/w-film nog steeds betaalbaar. Maar voor een A-merk betaal je al gauw een tientje of meer. Tien jaar geleden was het nog de helft van dat geld.

Ook op Marktplaats weten verkopers ook best wat ze voor een rolletje kunnen vragen. Daar zijn de prijzen al snel zo’n vijf tot tien euro voor een rol van dertig jaar oud. Hoe durf je het te vragen. Gelukkig kon ik een partijtje Kodacolor VR 200 op de kop tikken. Geen geweldige kwaliteit, maar fijn om weer mee te experimenteren.

Een koelkastplankje vol fotorolletjes en een half-automatische camera die ideaal is voor straatfotografie. Ik hoop dat deze post een follow-up krijgt, dat betekent dat ik meer tijd vrijmaak voor hobby’s.

Solargraphy: dagenlange belichting

Solargraphy is het maken van een foto met een dagenlange belichtingstijd. De foto wordt gemaakt op fotografisch papier welke geladen wordt in een pinholecamera, bijvoorbeeld een blikje waar een gaatje in is geprikt.

De naam zegt het al: Solargraphy is een fotografische techniek om de zon te fotograferen. Het is dus de bedoeling dat de camera -het blikje- deels naar het zuiden is gericht (als je op het noordelijk halfrond zit, natuurlijk) om de loopbaan van de zon vast te leggen. Voor het mooiste effect laat je deze camera meerdere dagen hangen. Immers staat de zon in de loop van het jaar van laag naar hoog naar laag.

Een pinholecamera gemaakt van een frisdrankblikje, geladen met fotografisch papier.

Het maken van zo’n pinholecamera is heel eenvoudig. Drink een blikje cola leeg, haal met een blikopener de bovenkant eraf, vul deze in een donkere plaats met een passend stukje fotografisch papier (het enige dat eigenlijk echt geld kost) en sluit het blikje goed af met waterbestendig plakband. Zorg er dus voor dat er geen water naar binnen kan komen! Hierna ga je ‘s avonds of ‘s morgens vroeg op zoek naar een goeie spot om je camera te bevestigen.

Het eerste resultaat. Geen succes, al is de zon duidelijk te zien (boog links).

Mijn eigen eerste test was niet echt een succes. Dit had meerdere oorzaken.

  • De camera stond niet goed op het zuiden gericht.
  • Een straatlantaarn zorgde dat het papier ‘s nachts teveel belicht werd.
  • Voor een goed resultaat moet de camera toch minstens drie dagen blijven hangen.

Een solargraphy-foto hoeft trouwens niet ontwikkeld te worden. Omdat de zon er zo lang op gestaan heeft, is de foto er als het ware ingebrand. Echter is de foto wel een negatief. Het eigenlijke ontwikkelen is een digitaal proces: zorg dat er niet teveel lampen thuis aanstaan, haal het papier uit de camera en leg deze onder de scanner. In Photoshop (o.i.d.) de foto omkeren en zorgen dat de kleurenbalans goed is. Et voilà, daar is je solargraph.

Resultaat 2: Boulevard Urk. Belichtingstijd 5 dagen.

Na de eerste test heb ik door ons kustdorpje een stuk of 5 gevulde blikjes opgehangen. Natuurlijk zijn er 3 kwijtgeraakt, weggepakt of weggegooid. Dat is trouwens een risico als je de cameraatjes laat hangen. Probeer ze dus zo onopvallend mogelijk op te hangen. Behalve een frisdrankblikje kun je praktisch alles gebruiken wat van aluminium of blik is, als het maar lichtdicht is en als je er maar een gaatje in kan prikken. De foto boven is vrij goed gelukt, al is de camera een paar keer bewogen (te harde wind, of een hond heeft z’n kont er tegenaan gezet).

Resultaat 3: Strand Urk. Belichtingstijd 5 dagen.

Voor het allergaafste resultaat bevestig je een camera op de kortste dag van het jaar, en haal je die eraf op de langste dag van het jaar (of visa versa). Dat staat dus voor 22 december op de planning.

Op het internet zijn een paar hele gave sites te vinden met betrekking tot solargraphy. Hier vind je een handige tutorial over het bouwen van je pinholecamera. Hier vind je de website van Stichting Volkssterrenwacht, die een project in Zeeland hebben gehouden. En in deze Flickr Pool vind je hele gave solargraphs. Lichtgevoelig papier kun je onder andere bestellen bij Fotohuis Rovo, een winkel die ik zeker kan aanbevelen voor alle vormen van analoge fotografie.

Als je het überhaupt gaat proberen, deel je foto’s met de rest van de wereld!

Op zoek naar Peter Pan: Wallis volgens Cosey en Bas

Als klein kind lag ik eens ziek op het bed van mijn ouders. Ik verveelde me en haalde de kasten open. Een stapel stripboeken lag in mijn vaders kast, waaronder het prachtige “Op zoek naar Peter Pan” (“A la recherche de Peter Pan”) van Cosey. (Ik verwees eerder naar Cosey in dit essay.) Dit tweedelige verhaal over een Engelse schrijver die in de zuid-Zwitserse Alpen op zoek gaat naar de sfeer van Peter Pan sprak me tot de verbeelding. Hoewel ik de helft van de tekst niet begreep, voerden de prachtige illustraties me mee naar het zuiden van Zwitserland, de provincie Wallis.

Continue reading “Op zoek naar Peter Pan: Wallis volgens Cosey en Bas”