AI-gegenereerde beelden van vroeger zijn geen eerbetoon, maar een opgestoken middelvinger naar de doden

We leven in een tijd waarin alles wat technisch kan, ook meteen wordt gedaan. Dus ja: we kunnen inmiddels impressies van straatbeelden van vroeger namaken in foto’s en video’s, overleden personen laten praten, lachen, knikken en zinnen uitspreken die ze nooit hebben gezegd. In high def. Met oogcontact. Met een warme stem.

En iedere keer als zo’n AI-gegenereerde video of foto verschijnt, wordt het ons, de consument, aangesmeerd als eerbetoon, historische sensatie of een manier om een herinnering levend te houden.

Maar laten we eerlijk zijn: het is geen eerbetoon. Het is een opgestoken middelvinger naar de doden. Deze leuke plaatjes en videootjes, waarmee onze feeds inmiddels vollopen, zijn immers getraind met beelden van mensen die daar nooit toestemming voor hebben gegeven.

Een echte foto uit het publieke domein.

De dode kan niet meer weigeren

Dat is één van de fundamentele problemen: toestemming. Een overleden persoon kan geen ‘nee’ meer zeggen. Geen bezwaar maken. Geen context toevoegen. Geen correctie geven. Geen grap maken over hoe raar of ongemakkelijk dit is.

Dat maakt AI-video’s van overledenen geen vorm van herdenking, maar van toe-eigening. Je gebruikt iemands gezicht (‘portret’), stem en lichaamstaal als bron- en trainingsmateriaal. Niet omdat zij dat wilden, maar omdat jij je zo lekker kan verkneukelen achter je schermpje, omdat je dat kleine shotje dopamine zo lekker vindt.

(Ik weet dat dit een achterhoedegevecht is, maar wie dit bezwaar niet onderkent, verwart vooruitgang met vrijbrief.)

Van herinnering naar exploitatie

Herinneren is per definitie onvolmaakt. Foto’s verbleken. Opnames kraken. Verhalen veranderen. En nee, het verleden was geen zwart-witfilm, geen gravure of olieverfschilderij. Maar dit waren wel de middelen om iets vast te leggen. Het materiaal zegt iets over het object zelf: het geeft waardevolle informatie, context.

AI haalt die context weg. Het polijst het verleden – en de dood! – tot iets consumeerbaars. Vaak precies wat de maker wil vertellen. Bijvoorbeeld een geromantiseerd beeld van vroeger (hallo PVV!). Of andere propaganda. Of wat goed werkt op LinkedIn, of in een marketingcampagne.

Ik zie zelfs musea en historische verenigingen AI-gegenereerde content gebruiken om een verhaal te vertellen. Content waarvan de modellen getraind worden met archiefbeelden van overleden mensen.

Er bestaat al zoiets als archiefmateriaal. Brieven. Interviews. Dagboeken. Foto’s. Stilte zelfs. Maar dat is blijkbaar niet genoeg. Het is te traag. Te weerbarstig. Te weinig engagement. AI-video’s en -afbeeldingen zijn dan blijkbaar een oplossing om beter je publiek te bereiken, maar je betaalt daar wel een prijs voor: je verliest je geloofwaardigheid, je autoriteit.

AI-video’s kunnen niet dienen als interpretatie van het verleden, het is buikspreken met een dode pop. Jij, de maker, bepaalt wat je de bezoeker, kijker, consument wil laten zien. Niet de geofferde mensen uit het verleden.

Respect vraagt om beperking, niet om meer pixels

Echte eerbied zit niet in technologische hoogstandjes, maar in terughoudendheid. In accepteren dat ook de doden recht hebben op hun rust. Dat hun stem stopt waar de opnames stoppen. Dat hun blik niet opnieuw kan worden gegenereerd zonder iets fundamenteels te schenden.

Of ze nu begraven zijn met de verwachting op wederopstanding of met een andere religieuze gedachte: de rust moet eerbiedigd worden. We hebben tal van regels op het gebied van onze omgang met de dood. Maar we zijn te langzaam, of gewoonweg te lui, om voor onszelf een antwoord te formuleren op de huidige ethische kwesties.

En het gaat het niet alleen om het letterlijk ‘laten bewegen’ van een foto van een overleden persoon of om het genereren van een heel nieuw beeld: ook voor inkleuren en upscaling van foto en film worden modellen getraind met archiefmateriaal van overledenen.

‘Maar het is goed bedoeld’

Dat is misschien wel het zwakste argument. Goede bedoelingen zijn geen ethische vrijstelling. Ze zijn vaak juist het excuus waarmee grenzen worden overschreden.

Niet alles hoeft immersief, realistisch of tot leven worden gewekt. Sommige dingen verdienen stilte of eerbied.

Laat de doden met rust! In Godsnaam! Zij hebben immers niets te winnen bij jouw innovatie. Alle winst, zij het cultureel, symbolisch, of financieel, ligt bij de levenden. Dus misschien is de juiste vraag niet: kan het? Maar: waarom durven we niet te stoppen?

Want elke AI-video of -foto waarin het verleden op een ‘realistische wijze’ wordt opgediend, zegt vooral dit over ons: dat we het verleden, en de dood, niet kunnen verdragen zonder eerst te manipuleren.

En dat is, hoe je het wendt of keert, een opgestoken middelvinger.

Lees ook:

  • UNESCO, ‘New UNESCO report warns that Generative AI threatens Holocaust memory’, 18 juni 2024. (link)

Ik schreef al eerder iets over AI-gegenereerde afbeeldingen. Over het andere probleem van generatief upscaling en inkleuren, namelijk het verstoren van de informatiedrager, moeten we het een andere keer maar eens hebben.

En dan zijn er nog tal van goede ontwikkelingen, ook in de cultuursector, waarin handig gebruik van kunstmatige intelligentie wordt gemaakt. Bijvoorbeeld bij archivering, ontcijferen van handschriften, etc. Ook voor later?

De middelvinger van AI-gegenereerde afbeeldingen

Op socials zie je steeds meer AI-gegenereerde afbeeldingen en teksten voorbijkomen. Ik begrijp best dat, wanneer je een zinloos product verkoopt, je er zinloze content bij wil plaatsen. Wat me echter opvalt is dat ook NGO’s, liefdadigheidsinstellingen, culturele organisaties steeds meer AI gebruiken in hun communicatie.

Ik snap dat niet. AI is niet alleen een opgestoken middelvinger naar iedereen die auteursrecht serieus neemt, dus in ieder geval de mensen die in potentie iets kunnen verdienen met hetgeen ze hebben gemaakt, maar ook naar het milieu.

Een echte foto, gratis te downloaden en te verspreiden, zelfs te bewerken.

Ethisch gezien stinkt het natuurlijk. Maar omdat het in korte tijd gemeengoed is geworden, bovendien ‘gratis’, staan we niet stil bij consequenties. Laat staan bij de racistische biases van de engines.

Het is ook wel aanlokkelijk voor kleine organisaties, afhankelijk van giften of subsidies, om AI-tools in te schakelen. Afbeeldingen zijn duur. En als je niet oppast met je beeldbank heb je zo een schadeclaim van bijvoorbeeld ANP of Reuters aan je broek hangen. Maar AI-content is geen alternatief: het geeft je organisatie net zoveel vertrouwen als een LinkedIn-bericht vol spelfouten. Het valt immers direct op.

Er zijn tal van websites die afbeeldingen onder de Creative Commons Zero (CC0)-licentie aanbieden (zoals bijv. Pexels), waardoor je niet eens een bronvermelding hoeft te plaatsen (die fotografen die hun foto’s belangeloos ten dienste van de beschaving stellen, dat zijn nog eens fiere mensen!). Daarnaast worden ook steeds meer historische foto’s vrij aangeboden (meestal onder de CC4-licentie: vrij delen en bewerken, met bronvermelding). Weinig reden dus om AI te gebruiken – en anders betaal je maar eens een fotograaf (of je koopt een camera).

NB Neemt allemaal niet weg dat het auteursrecht in Nederland en de EU hopeloos ouderwets is geregeld.

Een iPod Mini gebruiken in 2024

Met de opkomst van streamingdienst en smartphone is de mp3-speler uit het straatbeeld verdwenen. Ze rollen ook bijna niet meer uit de fabrieken. Apple stopte in 2022 bijvoorbeeld met de productie van iPods, waarmee een tijdperk eindigde.

Dit is misschien het meest boomerige artikel dat ik geschreven heb. Maar ik miste een audiospeler – iets los van mijn telefoon. Omdat ik nog muziek koop, van Bandcamp, uit de Apple Musicstore of fysiek: vinyl of cd. En omdat er ook momenten zijn dat ik mijn telefoon niet gebruik of wil gebruiken.

Toen ik naar de middelbare school ging, werd mp3 populair. Gedownloade liedjes en podcast-afleveringen waren steeds gemakkelijker te verspreiden en op een draagbare audiospeler te zetten. 32MB, 64MB en later 128MB. Ik kocht er een van de zakjes geld die ik kreeg voor het onkruidwieden in de polder.

iPods waren onbetaalbaar. Tot de Shuffle en de Nano uitkwamen. Die vond ik laatst terug, helaas niet langer werkend.

Terug naar de zoektocht: een betrouwbare mp3-speler, die samenwerkt met mijn iTunes (dat tegenwoordig ‘Muziek’ heet…). Op Marktplaats kwam ik iemand tegen die iPod Mini’s upgrade. Het blijkt dus dat die interne schijf perfect vervangen kan worden door een Compact Flash-kaart, waarmee je het geheugen gemakkelijk kan vergroten (en de laadtijd!). Absurd eigenlijk, dat flashgeheugen twintig jaar geleden nog in zijn kinderschoenen stond en we voor zulke toepassingen nog harde schijven gebruikten.

Ook vervangt deze vriendelijke man de batterij van de iPod. En dat resulteert in… tja, niets meer en niets minder dan een perfect werkende iPod Mini uit 2004. Maar dan met veel meer geheugen.

Waar ik zo van sta te kijken: na twintig jaar nog steeds compatible.

Ok, ik gebruik ‘m inmiddels alweer paar maanden. Vooral thuis, aan mijn stereo, en op straat. Ik ben er blij mee, want als ik een ander nummer op wil zetten, hoef ik niet direct die appjes te beantwoorden. En dit was ik vergeten: hij is dus redelijk compact, voelt lekker zwaar in de hand, en een degelijke alu + hard plastic afwerking. Waarom zijn we gestopt met zulke dingen maken? Een apparaat met een 3,5mm jackplug waar je eigen muziek mee kan luisteren! Luister je mee, Apple?