Aftereut, Klaos!

‘Aftereut, Klaos!’, zou mijn (Urker) overgrootmoeder geroepen hebben naar mijn (Urker) overgrootvader, toen ze met hun schip een gevaarlijke manoeuvre maakten.

Dat zal een jaar of tachtig geleden zijn geweest. Welke Urker zegt tegenwoordig nog ‘after’ voor ‘achter’? Ik denk niet dat het er veel meer zijn.

In 1934 werd een dialectvragenlijst ingediend bij het Meertens Instituut over het dialect van Ens, een van de twee gemeenschappen van Schokland. Bij een van de vragen gaf een respondent het woord ‘affer’ voor ‘achter’.

Decennia later kreeg dat woordje de aandacht van dialectoloog Harrie Scholtmeijer. Hij schreef er in 2023 een interessant artikel over.

Schokland was in 1934 al 75 jaar ontruimd, maar de Schokker dialecten (er waren volgens de literatuur verschillen tussen het dialect van Emmeloord en dat van Ens) werden nog gesproken in bepaalde gemeenschappen. Waarschijnlijk sterk beïnvloed door de plekken waar de Schokkers terechtkwamen.

Zelf heeft Scholtmeijer het dialect – of wat er nog van over was – in 1981 nog gehoord, en daar ben ik best jaloers op. Inmiddels wordt het Schokkers niet meer gesproken.

Het woord ‘affer’ of ‘after’ sluit aan bij oudere Germaanse vormen zoals ‘after’ (Oudengels) en ‘efter’ (Oudfries). In de meeste Nederlandse dialecten is de f(t)- echter veranderd in cht, waardoor ‘achter’ ontstond. Alleen in enkele gebieden bleef de oude -f(t)- lange tijd behouden, waaronder het gebied rondom de Zuiderzee.

De Enser vorm ‘affer’ laat dus zien hoe het Schokker dialect verbonden was met de bredere ‘Zuiderzeecultuur’. Oh, en ook op Emmeloord kwam deze vorm voor. En dus op Urk als ‘after’.

Tegen de jaren ’80 was het gebruik van -f(t)- echter in de meeste dialecten verdwenen. Volgens een collega van Scholtmeijer werd het destijds op Urk nog wel gebruikt.

Maar we kunnen nu wel stellen dat het inmiddels ook in het Urkers zo goed als verdwenen is. Terwijl dat toch voor een best vitaal dialect doorgaat.

Toch meen ik dat ik het in mijn jeugd (jaren ’90 – jaren ’00) nog wel op Urk heb gehoord, los van die ene familie-anekdote. ‘After de paolen!’

En ik hoop het nog eens te horen. Want het brengt me terug naar een andere tijd, van voor de inpoldering, van de Zuiderzee, van de wereld van onze voorouders.

(Al heeft inmiddels wel een andere ‘after’ een plekje gekregen in het Nederlands – en ook in het Urkers, namelijk het Engelse ‘after’, uitgesproken als ‘aafter’. Van ‘afterparty’: het na (achter) een feestje een nabetrachting doen bij iemand thuis.)

Het Ens-Schokker ‘affer’, in 1934 opgetekend, is ‘een prachtig specimen van het Zuiderzeedialect’, zo besluit Scholtmeijer. Daar sluit ik me bij aan.

Bron: Artikel ‘Schokker affer ‘achter”, door Harrie Scholtmeijer. Hier online te bekijken in de collectie van het Zuiderzeemuseum.

Beeldje ‘Ontruiming van Schokland 1859’, door Piet Brouwer, 1994. Buitenterrein Museum Schokland, eigen foto.

Stormvloed over Schokland

Op dinsdagavond 4 februari werd in de sfeervolle Enserkerk op Werelderfgoed Schokland een bijzondere, intieme herdenking gehouden ter ere van de ‘vergeten’ watersnoodramp van 1825. Deze stormvloed – die door sommigen de grootste natuurramp van de negentiende eeuw wordt genoemd – raakte vooral Overijssel, waar Schokland in 1825 onderdeel van uitmaakte. Op Schokland kwamen dertien mensen om het leven.

Opening door Marcel Jansen, Cultuurbedrijf Noordoostpolder. Foto: Sjors Evers.

Samen met de Gemeente Noordoostpolder en Museum Schokland werd stilgestaan bij de gevolgen van de stormvloed. In het historische kerkje van Schokland verzamelden enkele tientallen mensen zich om het leed van weleer te herinneren. Maar misschien vooral om de verhalen van Schokland eens op een andere manier te beleven.

Het korte evenement bevatte veel symboliek: burgemeester van de Noordoostpolder Roger de Groot stak als eerste van de dertien kaarsen aan, elk symbool voor één van de dertien slachtoffers op Schokland. Buiten in de koude avond klonk om 18.25 (yes) de klok van de Enserkerk, die maar liefst 305 keer luidde – één keer voor ieder slachtoffer in Overijssel.

Burgemeester Roger de Groot steekt de eerste kaars aan. Foto: Sjors Evers.

Na een welkom van Marcel Jansen, directeur van Cultuurbedrijf Noordoostpolder, volgde een mooie toespraak van burgemeester De Groot. Hij benadrukte het belang van het herdenken. (Overigens bijzonder om burgemeester te zijn van een gebied dat in 1825 nog niet bestond. Op Schokland en Oud-Kraggenburg na, dan.)

De toon van de avond werd verder bepaald door Cornelis Kapitein, de stadsdichter van Urk. Met zijn gedichten wist hij de thematiek van zee, eiland en rouw op een bijzondere manier tot leven te brengen.

In het Nedersaksisch, meer specifiek het Urkers. Dat Nedersaksisch (vroeger ook wel ‘Oosters’ genoemd) is de taal waar ooit het helaas verdwenen Schokker dialect onderdeel van uitmaakte. De dialecten van Schokland en Urk leken het meest op elkaar.

In dat kleine kerkje koste het maar weinig moeite om dat ‘Urkers’ als ‘Schokkers’ te ervaren. (Over dat Schokker dialect kom ik een andere keer nog te spreken.)

Stadsdichter van Urk, Cornelis Kapitein, draagt gedichten voor. Foto: Sjors Evers.

Cornelis Kapitein heeft zelf trouwens ‘Schokker roots’: hij is een nazaat van Harm Smit, een havenmeester van Schokland. Op 4 februari was hij even Stadsdichter van Urk én Schokland.

Na het gezamenlijke aansteken van de resterende kaarsen en de symbolische klokslag, namen de aanwezigen even de tijd om na te praten in Restaurant Schokland.

Aanwezigen ontsteken het verdere van de kaarsen, onder toeziend oog van burgemeester De Groot. Foto: Sjors Evers.

De herdenking past binnen een groter geheel: naast de bijeenkomst in Schokland is er een tijdelijke tentoonstelling ‘Schokkers en de ontruiming‘ in de Museumkerk, waar tot en met 2 maart te zien is over de dramatische ontruiming van het eiland in 1859.

Deze tentoonstelling sluit op haar beurt weer aan bij haar grote zus: de prachtige en indrukwekkende grote tentoonstelling ‘De ziel van Schokland‘ in het Zuiderzeemuseum Enkhuizen.

De herdenking en het luiden van de klok waren geen ideeën van Museum Schokland, de gemeente, of van mij. De aanjagers van de herdenkingen rondom de stormramp van 1825 waren in Overijssel Het Oversticht en de Overijsselacademie. Er verscheen trouwens ook een podcast naar aanleiding van de stormramp. Museum Schokland haakte dankbaar aan bij dit initiatief.

Ook in Friesland werd door verschillende organisaties stilgestaan bij de stormvloed van 1825. Ook een ander UNESCO Werelderfgoed, namelijk Werelderfgoed Ir. D.F. Woudagemaal, droeg daaraan bij.

Erfgoedhoedster en vrijwilliger van Museum Schokland mevrouw Van der Molen ontsteekt voorafgaand aan de herdenking de kandelaars van de Enserkerk. Foto: Sjors Evers.

Wat mij vooral raakte tijdens deze opdracht is hoe het, na de voorbereiding en afstemming met Gemeente Noordoostpolder, allemaal wonderwel uitpakte. Het werkte nog beter dan ik in het draaiboek had bedacht. Een mooie combinatie van emotie en symboliek: de kaarsen, de resonerende klokslag en de poëzie vormden samen een unieke herinnering aan een gebeurtenis die nog altijd doorwerkt.

Hoewel de herdenking kleinschalig van aard was, bleek het een mooie nieuwe manier om de verhalen van Schokland op een nieuwe manier te beleven.

Reportage door Omroep Flevoland.