Tussen alle beslommeringen van werk, de was doen, boodschappen, liefde en formulieren, formulieren, formulieren… door, is er natuurlijk ook tijd voor muziek. Na het einde van ons vorige bandje (wereldberoemd in heel Flevoland) hebben we sinds 2018 al enige tijd aangerommeld onder de naam Niemandsland. Nu werd het toch eens tijd – inmiddels is het tweemanscollectief een viermansformatie geworden – naar buiten te treden. Dat werd het podium van De Klos in Emmeloord (dat al sinds 1969! bestaat), ons vertrouwd en het geluid is er goed.
Vriend T. heeft van de ij’s ij’s gemaakt, dat taalgevoel waardeer ik erg aan hem. Er volgt nog een blogpost over waarom de ij wel degelijk één letter is, en niet twee, zoals sommige kwade, onwetende tongen beweren.
Nu zijn wij dus nog niet zo goed. We hebben welgeteld twee nummers uitgebracht en in deze hoedanigheid nog geen podiumervaring. Je moet ergens beginnen en dat deden we 18 november jongstleden. Vriend J. had er al een stukje over geschreven. Hij heeft alles gefilmd op een rode oude camera (ik denk omdat hij dat leuk vond, iets met vreemde kostgangers, anyway bedankt J.) maar ik maakte dankbaar gebruik van zijn beelden in combinatie met de bootleg op mijn fieldrecorder.
We speelden een paar covers: Nog een kopje koffie (One more cup of coffee van Dylan), Beste Bill van Gorki en Huis op palen (Gimme Shelter van de Stones). Die laatste blijkt nog erg actueel. Jagger mag deze versie wel eens spelen, hij spreekt immers een aardig woordje Nederlands.
Middenstand was een try-out, het is een van onze nieuwe nummers. Met een knipoog naar Mia van Gorki natuurlijk. Tenminste, dat denk ik, want deze tekst is van A. Grappig dat de verkiezingen, drie dagen later, uitwezen dat we juist niet verloren hebben van de middenstand.
Over arbeidersklasse gesproken: het laatste nummer – tekst ook van A. – dat ik hier deel is inmiddels aangekocht als campagnelied voor de BBB in aanloop naar de volgende Tweede Kamerverkiezingen, over een half jaar. Het is in dialect en je kan meelezen, als je de ondertitels op YouTube (vreemd dat YouTube geen Nedersaksisch kent, in tegenstelling tot Wiki) aanzet. En de vertaling staat in het bijschrift.
Ik ben blij met deze “eerste” gig, het maakt dat we weer gestaag aan het opnemen en componeren zijn. Veel kan beter, veel kan slechter, het duurt nog wel even voordat we in de Ancienne Belgique staan.
Ik heb de eer mij ‘stadsdichter’ van Urk te noemen. Wat dit inhoudt: zo nu en verschijnt er een gedicht van mij in de plaatselijke courant en ik draag weleens een gedicht voor bij een belangrijke gebeurtenis. Het wordt echt leuk als anderen met je werk aan de slag gaan. Dat gebeurde de afgelopen weken: zes jonge Urker kunstenaars (‘JUK’) maakten werk rondom mijn gedicht ‘Dit huis is op een rots gebouwd’, dat ik in 2021 schreef om een kunstmanifest vanuit de gemeenschap kracht bij te zetten.
Vandaag opende de mini-expositie in Museum het Oude Raadhuis. Hier begon JUK vijf jaar geleden met een eerste kunstmanifestatie. Sindsdien organiseren we ieder jaar een makersdag, kunstroute door het oude centrum of een expositie.
Er is geen bloeiende kunstscene op Urk, er gaat mijns inziens relatief weinig geld naar kunst en cultuur en voor jonge makers is er niet echt een podium. Dit begint te veranderen sinds de komst van Plein 1890, een lokale galerie, en sinds SCAB thema-avonden voor jongeren houdt. Met de gedachte dat representatie belangrijk is: als je iemand ziet die serieus met kunst bezig is, dan is naar de kunstacademie gaan misschien niet zo’n heel gek idee.
Mooi dus om ieder jaar het werk van de jonge Urker makers – zowel professionals als amateurs – te zien. Dit jaar maakten Salam Kadhim, Hinke Brouwer, Jennie Koffeman, Johan Steller, Pieter Brouwer en Laura Zijlstra beeldend werk bij mijn gedicht. Het gedicht werd in stukken geknipt: ieder werk verhoudt zich tot een deel van het gedicht. Je moet van Urk komen om alle referenties te begrijpen, maar ik heb destijds wel geprobeerd het gedicht een universeel karakter te geven.
Dit huis is op een rots gebouwd
Tekenles. Hier heb ik een lijn getrokken. Nog een keer het hoekje om. Het lijntje wordt een vierkant. Het vierkant wordt een kubus. Dak erop: de kubus wordt een huisje. Tuintje achter, straat van voren, rondom kan wel een leiboom groeien, stokroos bloeien. Op het dak een makelaar. Huisje klaar.
Een huis hoort aan een weg te staan. Prins Hendrikstraat of Raadhuisstraat, Oude Dijk of Staartweg, Vlaak, stuk grond waar nu mijn wiegje staat. Ik zie de weg: er lopen mensen. ‘Dag’, zwaai ik. Bedenk de kachel aan, laat de wereld langs de ramen gaan, want ik heb nog zoveel wensen.
Hier kan mooi een boekenkast. Plank vol oude, maar ook nieuwe schrijvers, boeken die ik niet mag missen, tal van stenen in de vijvers. Plaats voor dichters die de woorden schikken, denkers die de wonden likken. Nog een plank: de Bosatlas. Ik kijk waar Nova Zembla ligt en voel mij Gerrit Westerneng,
aardbol plots wat minder eng. De muren dan, nog wit en kaal, een canvas voor een groot verhaal. Ik maak een spieraam, breed en sterk, span het doek en ga aan ’t werk. Leyden, Sluijters, Lussenburg, Van Mastenbroek, aangenaam! Zovelen zijn u voorgegaan. Terpentijn en handen schoon, aan de muur een monochroom
van blauw op blauw. De zee zo heilig, zo onveilig, altijd in mijn hart gesloten. Dit huis is op een rots gebouwd. Want als ik in de kelder kijk, met mijn handen langs de muren strijk, voel ik keileem als een vaste basis. De bodem is een tijdmachine: fossielen, keien, weerspiegeling, zoveel leven in een laagje aarde. Zoveel meer nog
is van waarde: ik voel de kennis door mijn aderen stromen, leer verhalen die ik nooit kon dromen. Het houdt de bruine ratten buiten, doet vrienden in mijn armen sluiten. Dan nog slechts een naam verzinnen. Het Wakend Oog. Een huis voor eeuwen.
Ook dit jaar stelde Museum het Oude Raadhuis weer een ruimte beschikbaar, waarvoor dank. De expositie is tot en met eind november te zien.
Ik was vorig weekend vlak over de grens bij Klein-Kuttingen. Niet zozeer vanwege die plaatsnaam, maar omdat twee vrienden daar een huisje hadden gehuurd, waar deze ontheemde een paar dagen mocht komen te logeren. Meer precies in Beusdael, in Wallonië, aan de voet van het Kasteel van Beusdael, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de twaalfde eeuw. Lekker. We aten vis en dronken wijn en wandelden door het mooie grensgebied. Ik blijf in mijn hart een kustbewoner, ben altijd op zoek naar zee en de verre horizon, maar ook in een heuvellandschap kan ik mij bijzonder goed voelen.
Abdijbier, Hugo Claus en het hier behandelde boek Moresnet.
Mijn leven hangt van toevalligheden aan elkaar. Ook nu: vlak voor deze onaangekondigde, impulsieve vakantie was ik namelijk net in het boek Moresnet van Philip Dröge begonnen. Een hele fijne, leesbare geschiedenis van het ministaatje, landje, of beter gezegd ‘geval’, dat iets meer dan honderd jaar bestaan heeft en vlakbij Beusdael lag. Neutraal Moresnet was een driehoekig gebied waarvan de noordelijke punt het drielandenpunt (dat later nog een tijdje een vierlandenpunt werd) bij Vaals raakte.
Dröge beschrijft in dit boek hoe Moresnet ontstond als slordigheid tijdens het Congres van Wenen, na 1815 dus. Na de val van Napoleon vond een nieuwe staatkundige en politieke ordening plaats. Zo kwam in de Nederlanden Koning Willem I aan de macht, de zoon van stadhouder Willem V, die tevens groothertog van Luxemburg werd. Het blok moest ten noorden van Frankrijk een stevige buffer gaan vormen. De grenzen werden met potlood getrokken en in alle haast ontstond een stukje betwist gebied: het was niet duidelijk of de zinkmijn en omgeving in Moresnet nou bij de Nederlanden of Pruisen zou moeten gaan horen. Twee artikelen in het Weense verdrag spraken elkaar tegen. Het onverdeelde gebied Moresnet was geboren.
Ik weet niet goed wanneer ik voor het eerst van Neutraal Moresnet heb gehoord. Het zal ergens in mijn kindertijd geweest zijn: ik was verzot op zulke marges in de geschiedenis. Ministaatjes, verre eilanden… En op tv was Boudewijn Büch, die andere fantast, die zijn fascinaties de huiskamer inslingerde. (Man man man, wat mis ik zulke televisie.)
Ik heb Moresnet van Philip Dröge bij aankomst in Beusdael dus maar snel uitgelezen en leerde hoe Neutraal Moresnet een gebied werd dat meer dan honderd jaar min of meer autonoom bestond. Met een eigen burgemeester, een eigen veldwachter, een eigen school, een eigen industrie en vooral veel casino’s en sekswerkers.
Na de afscheiding van België in 1830 werd het drielandenpunt een vierlandenpunt: hier ontmoetten de grenzen van Pruisen, Nederland, België en Moresnet elkaar. Het staatje, wat in feite geen staat was maar neutraal gebied, geregeerd door een ‘mannetje’ uit België en een ‘mannetje’ uit Pruisen, bleef bestaan tot 1920. Niemand durfde echt zijn vingers aan Moresnet te branden. Intussen ontwikkelde Moresnet zich tot een bijna echt landje: er werden Moresnetters werden geboren (in feite statelozen). Na wat getouwtrek stabiliseerde de situatie rondom het neutrale gebied. Een generatie Moresnetters groeide erop: voor hen was dit staatkundige foutje een werkelijkheid.
Andere leuke thema’s rondom Moresnet, die in het boek uitgebreid aan bod komen: dankzij het ontbreken van een douaneapparaat kon driftig worden gesmokkeld via Moresnet, omdat het geen staat was had het aanvankelijk ook geen belastingplicht, er werden (clandestien) postzegels uitgegeven en als je wilde ontsnappen aan de dienstplicht ging je naar Moresnet. Vergeet ik iets? Ohja, het ministaatje werd ook bekend vanwege een culturele beweging, namelijk de beweging rondom de kunsttaal Esperanto.
Het huidige drielandenpunt bij Vaals
Esperanto kende ik dankzij onze schoolbibliotheek. Daar had je van die kleine boekjes over een bepaald onderwerp. Ik vond zo’n kunsttaal mateloos interessant. Toen we internet in huis kregen kwam ik op een site terecht waar je het kon leren. Het duurde niet lang voor ik mijzelf kon voorstellen en friet kon bestellen in het Esperanto. Maar er was niemand die het sprak.
De internationale taal werd in 1887 bedacht door een Poolse oogarts. In de tijd van opkomend nationalisme zou zo’n kunsttaal ervoor zorgen dat mensen beter met elkaar gingen communiceren. Met de gedachte dat conflicten vermeden konden worden door een gemeenschappelijke taal. Want wie elkaar verstaat, slaat elkaar niet de hersens in.
Een taal heeft sprekers nodig. En nog mooier: een thuisland, dat als basis kon dienen. De ogen vielen op Neutraal Moresnet, waar Duits, Nederlands, Frans, Engels en streektalen gesproken werden. Hoe mooi zou het zijn om het Centrale Bureau van de Esperantogemeenschap daarheen te verhuizen en de Esperantocongressen daar plaats te laten vinden? Door de toenemende spanningen in Pruisen, in de aanloop naar de Grote Oorlog, ontstond de vrees voor een diplomatiek conflict en raakten de plannen van de baan. Moresnet zou nooit een Esperantoparadijs worden, maar de kunsttaal werd wel voor eeuwig verbonden aan het neutrale gebied.
Die Eerste Wereldoorlog betekende ook het einde van Moresnet. Het nieuwe Duitsland wilde al langer het ‘probleem Moresnet’ oplossen. Bij de Belgische inval werd Moresnet ingelijfd door Duitsland. Na de oorlog ging het bij België horen. En zo kwam er een einde aan het bijzondere landje.
Het kostelijke museum ‘Vieille Montagne’.
Veel meer nog over Moresnet lees je dus in dat boek van Philip Dröge. Of je gaat naar het museum ‘Vieille Montagne’, een heel aardig museum (met vriendelijke medewerkers) over de geschiedenis van het gebied. Er is een audiotour beschikbaar in het Nederlands, de meeste A- en B-teksten in het museum zijn in het Frans en Duits en sommige teksten in het Nederlands.
Als je, na het bezoek aan dit fijne museum, al een beetje hebt rondgedwaald door het gebied, moet je natuurlijk een bezoekje brengen aan het drielandenpunt in Vaals. Met de geschiedenis van Neutraal Moresnet in het achterhoofd wordt zo’n toeristische attractie natuurlijk heel wat interessanter. Ga maar niet googelen naar de geschiedenissen van het gehannes met al die grenspalen die daar staan, want voor je het weet ben je een avond kwijt.
De grensmarkering is godzijdank verlegd.
Büch zit zich in bovengenoemde tv-aflevering op te winden over waar de grens tussen Nederland en België nou precies loopt. Ik heb het even nagekeken: in de tussentijd is de grensmarkering een stukje verlegd. Verstandig, voor je het weet heb je weer een nieuw Neutraal Moresnet.
De samenwerking tussen Black Pencil en Schokland is onderdeel van de Zomer op Schokland en kwam tot stand dankzij bijdragen van onder andere Stichting Zabawas, Stichting Gravin van Bylandt en VSB fonds.