Ik denk niet dat ik de enige gedoopte knul ben bij wie de volgende associatie bij Pinksteren naar boven komt: de vlammetjes op de hoofden van de leerlingen van Jezus. Ik denk dat dit – meer nog dan door het lezen in de Bijbel – komt door de kleurplaat die we gedwee maakten tijdens de kindernevendienst.

Die ziet er in mijn herinnering ongeveer uit als bovenstaande plaat. De leerlingen kregen de Geest, ze gingen spreken in tongen. (Over dat spreken in tongen heeft J.M.A. Biesheuvel een hilarisch kort verhaal, trouwens.)
Op de vrijdag voor Pinksteren sprak Cees Romkes in tongen, in het Urker dialect dan, welteverstaan. Er vond weer een vespers plaats, geheel in dialect.

Ik vind het erg prettig om naar die dominee te luisteren. Niet alleen omdat hij in mijn eigen dialect spreekt, maar ook omdat hij iets te zeggen heeft. ‘Dogmatiek is spelen met woorden over God.’ De kern van de preek: barmhartigheid, als ruggengraat van het geloof. Het kwam allemaal binnen, ook door Romkes’ vertaling van het lied van Sytze de Vries (‘Ga maar gerust want Ik zal met je meegaan‘).
En dat in het kerkje waar ik jaren op heb uitgekeken vanuit mijn slaapkamerraam, waar mijn hele familie heeft gekerkt.
Van Pienksteren naar Pentecôte. Ik was er al vaak aan voorbijgelopen, mijn favoriete kroeg zit een straatje verder. De Waalse Kerk, Église Wallone, van Zwolle. Ik besloot er nu maar eens een dienstje mee te pakken. De Waalse Kerk is gesticht door gevluchte Hugenoten in de zeventiende eeuw en maakte deel uit van de Nederlands Hervormde Kerk, tegenwoordig PKN. De liturgie is conservatief, de signatuur liberaal. En die combinatie spreekt mij wel aan. Laat mij maar psalmen zingen in plaats van Ha-aa-a-llelu-u-u-jaaa. En wat is er nou hervormder dan een Hugenotenkerk?
Bijzonder, ook wel een beetje gek: de voertaal is er nog steeds Frans. Wel krijgen bezoekers een Nederlandse vertaling van de preek bij binnenkomst overhandigd. Dogmatiek is spelen met woorden over God.
De treurigheid van de kerk in het land: veertig bezoekers wordt al als veel gezien. In al die kerkjes waar ik in mijn studentenjaren ben geweest zat nooit meer dan een handjevol goed, grijs, volk. Hier was het niet veel anders, maar door een prachtig koor én het zingen van bekende melodieën kan zo’n dienst toch overeind blijven staan.

Ik bedacht hoe mijn verre voorouders (van de familie Oost) zelf vluchteling waren tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zij verbleven een paar jaar (ik meen zo rond 1572) in ballingsoord Emden. Echte hervormden dus, een lijn die zich naar mij doortrekt. Zoals die Waalse Kerk, met haar bijzondere cultureel erfgoed, ook de eeuwen overleefd heeft.
De overdenking ging ook over vluchtelingen, daarom dacht ik daaraan. En over het verband tussen ratio en polarisatie. Maar vooral dat Pinksteren een uitnodiging mag zijn om te voelen en mee te voelen, ook als je een ander niet helemaal begrijpt.
Ik begrijp mijzelf meestal niet.
En als ik anderen vertel over dit ‘proefgeloven’, word ik van geïnteresseerd tot meewarig tot onbegrepen aangekeken. En zowel zelfverklaarde progressieven als conservatieven willen je er ook nog eens graag op aan- of afvallen: over dogma’s gesproken.
Soms zijn een paar kleine ervaringen genoeg om je paradigma te veranderen. En die ervaringen kunnen ook prima in de kleinste kerkjes, of in een paar woorden, zitten. Een uitnodiging om te voelen, nou vooruit.
Dogmatiek is misschien ook wel spelen met woorden over jezelf, ofzo. En als dat in het Frans en Urkers moet, dat zij dan maar zo. Spreken in tongen.
Achwataballa!
– uit: J.M.A. Biesheuvel, ‘Spreken in tongen’
Ontdek meer van bas visscher
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.