Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kwam deze week een blogartikel voorbij over de klokkenroof tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nederlandse kerkklokken werden door de bezetter gevorderd voor de oorlogsindustrie in Duitsland.
Zo gingen zowel ‘gewone’ als monumentale klokken en carillons verloren. Maar meer dan tweehonderd klokken werden echter gespaard: zij wachtten op de bodem van het IJsselmeer, tot het einde van de oorlog.
Mijn opa Albert van Urk deed veel onderzoek naar het zinken zogenaamde ‘klokkenschip’, waarover vele verhalen de ronde doen. Hij toonde aan waarom het schip zonk: het was een daad van klein verzet was (de vuurtorenwachter doofde het licht en een sleper saboteerde het schip).
Boven één van zijn publicaties over het klokkenschip stond ‘Wie met Gods klokken schiet, die wint de oorlog niet’, een uitspraak die in de oorlogsjaren veel werd gedaan.
Mooi dat zijn onderzoek voortleeft, al wordt hij niet bij naam genoemd in het betreffende artikel – dat is dan weer jammer. Aan de andere kant had het wel bij zijn bescheidenheid gepast.
Ontdek meer van bas visscher
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.