‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel: Leven en werk van Maarten van Roozendaal’, door Patrick van den Hanenberg (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2019), staat vol wetenswaardigheden over de een van de grootste kunstenaars van Nederland, helaas veel te vroeg gestorven. Man, wat had ik hem graag eens zien optreden. Ik weet nog dat hij in Emmeloord zou optreden, ik zat daar op de havo. Geen geld, geen tijd, zoiets moet het geweest zijn.
Ik denk niet dat ik veel muziek van hem kende, want streamen bestond toen nog niet. Misschien zag ik hem bij VPRO Vrije Geluiden (met Hans Flupsen!), waar ik op zondagochtend naar keek (juist omdat ik dacht dat dit een prima alternatief was voor de kerk, denk ik).
De werkelijke waarde van de muziek ontdekte ik pas later. Het ging soms over leven in de breedte: het grote gebaar, maar nog vaker nog over het kleine leven: miniatuurtjes van zomaar mensen. Ik herkende veel van Lou Reed in zijn teksten, naast Tom Waits blijkt, zo lees ik in die aardige biografie, dat ook zeker een inspiratiebron te zijn geweest.
Van Roozendaal bereikte nooit écht het ‘grote publiek’ (hence dat optreden in Emmeloord). Maar voor veel muzikanten en tekstschrijvers is hij een enorme inspiratiebron.
Troostrijk is ‘Christoffel’. Lang, 6/8 maat, met brede, open akkoorden door Marcel de Groot, goed basspel door Egon Kracht. En Maarten van Roozendaal die je mee op reis neemt door een oh zo Hollands landschap.
Dankzij de biografie kwam ik erachter dat de tekst niet helemaal van Van Roozendaal is. Hij liet zich sterk inspireren door ‘Waiting’, van Raymond Carver: Van Roozendaals partner Eva tipte hem het gedicht. Ik kende het niet, maar het is minstens zo mooi als het lied.
Waiting
Left off the highway and
down the hill. At the
bottom, hang another left.
Keep bearing left. The road
will make a Y. Left again.
There’s a creek on the left.
Keep going. Just before
the road ends, there’ll be
another road. Take it
and no other. Otherwise,
your life will be ruined
forever. There’s a log house
with a shake roof, on the left.
It’s not that house. It’s
the next house, just over
a rise. The house
where trees are laden with
fruit. Where phlox, forsythia,
and marigold grow. It’s
the house where the woman
stands in the doorway
wearing the sun in her hair. The one
who’s been waiting
all this time.
The woman who loves you.
The one who can say,
“What’s kept you?”
– Raymond Carver
Ik maak de laatste tijd veel lange wandelingen en moet vaak aan dit lied denken. Ik ontdekte ook nog dat Rogi Wieg een gedicht had geschreven over, natuurlijk, juist dit gedicht.
Raymond Carver
Raymond Carver schreef het al. Ik herinner me zijn regels vaag,
ga niet naar links, maar naar rechts. Neem de bocht, ga langs de rivier
en daar bij het huis, dat ene huis, staat de vrouw die van je houdt,
zoiets schreef hij, maar dan anders, al heb ik het onthouden.
Waarom moest hij zo vroeg dood? Er is weinig meer dan wat liefde en kunst
in sommige levens. En als het allemaal niet gaat, als het misloopt, je
wel naar links gaat… Verdomme, waar blíjf ik? De vrouw in het late zonlicht toch?
Neem de bocht, ga langs de rivier, de vrouw in wiens haar het zonlicht schijnt.
Het is daar bij dat ene huis, waar de auto van Carver staat. Ik kan hem
zien achter het stuur, al hangt hij naar voren en ademt hij niet meer in of uit.
– Rogi Wieg, 2007
Ontdek meer van bas visscher
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.